Welkom bij de website waar we heel "nuttig" gaan kijken naar vreemde vissen

De blobvis (Psychrolutes marcidus) is een vis die in diepe waterenvoor de kusten van het vasteland van Australië en Tasmanië leeft.

De blobvis leeft op diepten waar een zwemblaas niet efficiënt is. In plaats daarvan ontleent de vis zijn drijfvermogen aan zijn lichaam, dat voor een groot deel uit een soort gelatine bestaat met een dichtheid iets lager dan die van water. Een blobvis wordt ongeveer 30 centimeter en leeft op een diepte van 600 tot 1200 meter.

Deze vis wordt mogelijk in zijn voortbestaan bedreigd door het gebruik
van sleepnetten over de bodem in zijn leefgebied, waarschijnlijk zijn enige
leefgebied. Hij wordt er vaak als bijvangst gevangen.

De blobvis scoort vaak goed in lijstjes van de lelijkste diersoorten.

De maanvis of klompvis (Mola mola) is de zwaarste bekende
beenvis. Een volwassen dier weegt gemiddeld 1 ton, en is 1,8
meter groot, maar er zijn ook exemplaren bekend die 2300
kilogram wogen en 4 meter hoog waren bij de vinnen. De
maanvis leeft in alle grote oceanen waar het klimaat gematigd
tot tropisch is. De noordelijkste plaats waar ooit een maanvis
is aangetroffen zijn de wateren rond Alaska.

De maanvis leeft van kwallen, plankton en kleine visjes. Door
zijn grootte en zijn taaie huid heeft hij weinig natuurlijke vijanden.
Vaak worden deze dieren opgemerkt wanneer ze bijna
bewegingsloos op hun zij aan de oppervlakte liggen. Daaraan
hebben ze de Engelstalige naam sunfish te danken.

Een vrouwtje kan tot 300 miljoen eitjes in een legsel
afzetten, wat geldt als record voor een gewerveld dier.

Orde : Perciformes - familie : Verschillende - geslacht : Verschillende en soort : Verschillende. Er zijn twee sterrenkijker-families. De Uranoscopidae-familie bevat veel grotere soorten en de Dactyloscopidae-familie bestaat uit kleinere soorten, zoals de gespikkelde sterrenkijker.

Bijna onzichtbaar onder het zand, is de goed gecamoufleerde sterrenkijker een dodelijk roofdier. Zijn aangepaste ogen boven op zijn kop zorgen ervoor dat hij elke vis kan zien en wanneer hij iets eetbaars waarneemt, maakt hij een slikbeweging en zuigt de prooi naar binnen. Hoewel dit dier kwetsbaar lijkt op de zeebodem, zal zijn verdedigingstactiek (waaronder de mogelijkheid om een elektrische schok te geven) snel elk roofdier verslaan.


En natuurlijk ook een vreemde haai

De koboldhaai (Mitsukurina owstoni) is een diepzeehaai die verspreid leeft en waarvan heel weinig bekend is.

De koboldhaai is wit of grijs met een spitse snuit en kleine ogen. De haai werd voor het eerst beschreven in 1898. Er was heel lang geen foto van een levend exemplaar van dit dier genomen. Pas in het begin van de eenentwintigste eeuw zijn de eerste foto's genomen van deze haai. Het is dan ook een vrij onbekende haai. Men weet ook niet hoeveel er precies zijn of hoe diep ze leven. De vis kan een lengte bereiken van 3,3 meter en kan ruim 160 kilogram wegen. Verschillende anatomische kenmerken van de koboldhaai, zoals de slappe lichaamsdelen en kleine vinnen, suggereren dat ze traag zijn in de natuur. Ze jagen op (teleost) vissen, koppotigen en schaaldieren zowel dicht bij de zeebodem en in het midden van de waterkolom. De lange snuit is bedekt met ampullen van Lorenzini die het mogelijk maken om kleine elektrische velden, geproduceerd door nabijgelegen prooi, op te vangen door de gevoelige kaken. Kleine aantallen koboldhaaien worden onbedoeld gevangen door diepzeevissers.